Beter onderwijs begint bij bewuste keuzes
Wat laat onderzoek zien?
Als beleidsmaker wil je uiteindelijk één ding: dat leerlingen zich zo goed mogelijk ontwikkelen. Leermiddelen spelen daarin een grotere rol dan vaak wordt gedacht. En steeds meer onderzoek laat zien dat open leermateriaal daar concreet aan kan bijdragen.
Impuls Open Leermateriaal werkt hierin samen met Cito, ICLON en Dialogic. De eerste bevindingen zijn positief:
Het Cito onderzoek laat zien dat leraren ervaren dat ze met het gebruik van open leermateriaal beter kunnen aansluiten op hun leerlingen: beleefwereld, leerniveau en voorkennis.
Het onderzoek van ICLON en Dialogic laat zien dat 60% van de leraren in de afgelopen vijf jaar open leermateriaal hebben gebruikt. Ze zetten het vooral in om commerciële methodes aan te vullen, lessen te verrijken, ideeën en inspiratie op te doen, in te spelen op actualiteit en beter aansluiten op diverse leerbehoeften in de klas.
Een eerlijke kanttekening daarbij: er is in Nederland nog relatief weinig onderzoek gedaan naar open leermateriaal.
Precies daarom zet IOL bewust in op evidence-informed werken: niet zomaar aannemen dat iets werkt, maar het onderbouwen met onderzoek voordat je het breed uitrolt.
Om de bevindingen verder te onderbouwen, lopen er sinds het najaar van 2025 vier nieuwe onderzoeksprojecten. Ze duiken in hoe leraren in po en vo open leermateriaal daadwerkelijk in hun lessen integreren, welke kennis en vaardigheden daarvoor nodig zijn, hoe vo-leerlingen er zelfstandig mee leren werken, en hoe leraren én AI hen daarbij kunnen ondersteunen. Deze vragen sluiten direct aan bij wat voor jou als beleidsmaker relevant is: niet alleen of open leermateriaal werkt, maar hoe je het zo inzet dat het ook écht werkt.
Maatwerk maakt het verschil
Een van de meest concrete inzichten: open en aanvullend materiaal stelt leraren in staat om beter aan te sluiten bij de actualiteit en bij de leerbehoefte van individuele leerlingen, beter dan een vaste methode alleen kan bieden. Dat maatwerk is precies waar veel scholen naar op zoek zijn en het is een van de manieren waarop de kwaliteit van het onderwijs omhoog kan.
Ook vanuit Den Haag is er steun. Voor 2026 is er ruim geld beschikbaar gesteld om basisvaardigheden in het primair onderwijs te versterken: taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Scholen zetten dat geld onder meer in voor verbeteringen die zijn gebaseerd op kennis uit wetenschap, praktijk én de eigen schoolcontext. Daarnaast komt er vanaf 16 november 2026 een landelijk kwaliteitskader dat helpt bij het beoordelen, selecteren en ontwikkelen van leermateriaal.
Drie lijnen die elkaar versterken
Voor jou als beleidsmaker komt het neer op drie dingen die samenkomen:
- meer maatwerk voor de leerling,
- bewustere keuzes door je team en
- landelijke investeringen die je daarbij ondersteunen.
Samen maken ze leeropbrengsten vergroten minder een kwestie van toeval en meer een kwestie van richting geven.